Bijenschans Steegland
Introductie.
De Blaricumse bijenschans Steegland ligt tussen de Algemene Begraafplaats en de camping de Woensberg. Uit oude documenten blijkt dat het huidige zandpad "Caliskampweg" in de eerste helft van de vorige eeuw "Steeglandse weg" werd genoemd. Hieraan herinnert de naam van onze bijenschans.
Het idee voor het oprichten van een schans is ontstaan omdat er nog al wat imkers zijn die hun bijen thuis niet kwijt konden, onder meer, door wettelijke bepalingen inzake afstand van de openbare weg.
Een gezamenlijke standplaats buiten de bebouwde kom was dan ook een vurige wens van veel leden, mede omdat dat een prachtige ontmoetingsplaats is voor collega imkers. We hebben eerste een paar jaar, samen met de imkersvereniging uit Laren in het Bosje van Six gestaan op onoverdekte beunen. Daar is dan ook het idee van een eigen Blaricumse overdekte bijenschans ontstaan. De bouw werd mogelijk dankzij subsidie van de provincie Noord-Holland. De leden van onze vereniging hebben de schans in 1990 gebouwd onder deskundige leiding van aannemer Jan de Gooyer, destijds zelf ook imker. De schans werd officieel geopend door de toenmalige burgemeester van Blaricum, mevr. Le Coultre, die het streven van onze vereniging naar een eigen schans altijd enthousiast heeft gesteund.
Deelname.
Om in aanmerking te komen voor plaatsing van bijenvolken op de bijenschans Steegland dient u lid te zijn van onze vereniging. Indien er nog ruimte beschikbaar is kan toestemming worden verleend door de schanscommissie.
Reglement.
Onderstaand treft u het reglement aan dat geldt voor alle deelnemers aan de bijenschans. Het bestuur ziet toe op de naleving van het reglement.
I M K E R S B O N D A B T B
Afdeling Blaricum-Laren.
REGLEMENT BIJENSCHANS STEEGLAND
Algemeen
Art. 1.1 De bijenschans draagt de naam "Bijenschans Steegland".
Art. 1.2 De bijenschans is eigendom van de gemeente Blaricum en wordt door de afdeling Blaricum‑Laren van de Imkersbond ABTB beheerd op basis van de bruikleenovereenkomst met de gemeente.
Art. 1.3 In dit reglement wordt onder "deelnemer" verstaan, degene die lid is van de Imkersbond ABTB, afdeling Blaricum‑Laren en die voor één of meerdere bijenvolken ruimte op de bijenschans heeft verkregen.
Art. 1.4 In dit reglement wordt onder "bestuur" verstaan, het bestuur van de Imkersbond ABTB, afdeling Blaricum‑Laren.
Doel
Art. 2.1 Het doel van de bijenschans is het bevorderen van bijenteelt door:
a. Het in ere herstellen en in stand houden van een historisch monument, waar in Blaricum vanouds bijenteelt werd beoefend;
b. De leden van de afdeling Blaricum‑Laren in de gelegenheid te stellen om in verenigingsverband bijenvolken te plaatsen op de bijenschans;
c. Het ondernemen van educatieve activiteiten door middel van het geven van cursussen, voorlichting en het houden van excursies.
Het beheer
Art. 3.1 Het dagelijks beheer over de bijenschans, met bergruimte en bijbehorend perceel berust bij het bestuur. Het bestuur laat zich bij de werkzaamheden op de schans bijstaan door leden van de vereniging.
Art. 3.2 Het bestuur benoemt de schanscoördinator voor een periode van 3 jaar. Daarna kan de schanscoördinator worden herbenoemd of wordt een nieuwe coördinator aangezocht. De schanscoördinator regelt, namens het bestuur, de dagelijkse gang van zaken op de schans. Deelnemers dienen aanwijzingen van de schanscoördinator onverwijld op te volgen.
Art. 3.3 Het bestuur dient jaarlijks op de algemene ledenvergadering een werkplan voor de komende periode van één jaar in, alsmede een begroting van de geraamde baten en lasten.
Art. 3.4 Het bestuur, en namens hem de schanscoördinator, houdt een inventarislijst bij van de op de schans aanwezige materialen en volken, die eigendom van de vereniging zijn.
Toegang
Art. 4.1 Alle leden van de afdeling hebben toegang tot de schans. Het is de leden toegestaan introducees mee te nemen.
Art. 4.2 Het openen van kasten of korven en het behandelen van volken van andere deelnemers zonder uitdrukkelijke toestemming, anders dan in noodgevallen, is niet toegestaan. In geval van overtreding wordt de toegang tot de schans ontzegd.
Plaatsing van volken
Art. 5.1 Plaatsing van bijenvolken is uitsluitend toegestaan aan leden van de afdeling Blaricum‑Laren. Afhankelijk van het aantal deelnemers kan het bestuur besluiten om het aantal (hoofd)volken per deelnemer aan een maximum te binden. Bij een dreigende overbezetting van de schans kan het bestuur geen nieuwe deelnemers meer toelaten. Het bestuur zal een beperking van het aantal volken per deelnemer prioriteit geven boven een beperking van het aantal deelnemers.
Art. 5.2 Leden die op grond van het eerste lid van dit artikel niet als deelnemer zijn toegelaten, worden desgewenst op een wachtlijst geplaatst. Zodra de schansbezetting dit toestaat vindt toelating plaats op basis van de volgorde van aanmelding.
Art. 5.3 Plaatsing van volken mag alleen geschieden na verkregen toestemming van de schanscoördinator. De schanscoördinator wijst daarbij de plaats(en) aan. Bij het definitief weghalen van de volken moet de schanscoördinator worden ingelicht.
Deelnemers mogen hun volken niet buiten de aangewezen plaatsen neerzetten.
Art. 5.4 De kasten of korven moeten in goede staat verkeren. De kasten of korven moeten voorzien zijn van naam, adres en telefoonnummer van de eigenaar.
Ondeugdelijke kasten of korven moeten, na aanzegging door het bestuur worden gerepareerd c.q. worden verwijderd.
Art. 5.5 De teelt van bijzondere bijenrassen op de schans is alleen toegestaan na verkregen toestemming van het bestuur. Het bestuur bepaalt of bijenvolken tot bijzondere rassen gerekend moeten worden.
Art. 5.6 De deelnemers dienen na het verlaten van de schans geen materialen achter te laten.
Art. 5.7 Aanwijzingen van de schanscoördinator of bestuursleden dienen door de deelnemers te worden opgevolgd.
Art. 5.8 Het bestuur heeft het recht volken voor plaatsing te weigeren en/of eventueel te verwijderen.
Art. 5.9 De afdeling behoudt zich het recht voor om aan de deelnemers een financiële bijdrage te vragen. De hoogte van deze bijdrage wordt jaarlijks op de algemene ledenvergadering vastgesteld.
Zwermen
Art. 6.1 Zwermen die op of bij de bijenschans zijn aangevlogen zijn eigendom van de imker uit wiens kast of korf de zwerm stamt, echter slechts zolang de betreffende imker zich bij zijn zwerm bevindt of de zwerm behoorlijk heeft gewaarmerkt. Bij het scheppen van zwermen mogen geen vernielingen aan bomen of struiken op de schans of de nabije omgeving worden aangebracht.
Art. 6.2 Zwermen, waarvan de eigenaar niet bekend is, behoren aan de afdeling; het bestuur kan daarmee naar eigen goeddunken handelen.
Art. 6.3 Het bestuur zal niet bevolkte kasten of korven, die als zwermlokkers zouden kunnen worden beschouwd, verwijderen en de eigenaar, indien bekend, hiervan in kennis stellen.
Verzorging van de volken
Art 7.1 De eigenaren/deelnemers dienen hun volken goed te verzorgen. Deelnemers dienen daarom minimaal in het bezit te zijn van het diploma behorende bij de basiscursus bijenhouden of zich in te schrijven voor de eerstvolgende basiscursus en deze opleiding te volgen. Gedurende de periode dat een deelnemer het vereiste diploma nog niet heeft behaald, mag hij/zij uitsluitend onder begeleiding van een, door het bestuur aangewezen mentor, op de schans bijen houden.
Art 7.2 Wanneer een volk van ziekte wordt verdacht, moet dit onmiddellijk aan het bestuur worden gemeld. Het bestuur zal in overleg met de eigenaar over de te nemen maatregelen beslissen. Indien dit overleg niet tot overeenstemming leidt, is het bestuur bevoegd zelfstandig maatregelen te nemen.
Art. 7.3 Het bestuur is bevoegd om een tijdstip of periode te bepalen, waarop verplichte behandeling van de volken tegen bepaalde ziekte(n) dient plaats te vinden. Tevens kan het bestuur de bestrijdingsmethode c.q. het aan te wenden bestrijdingsmiddel vaststellen. Alleen wettelijk in Nederland toegelaten middelen mogen worden gebruikt.
Schansonderhoud
Art. 8.1 De leden die volken op de schans hebben geplaatst zijn verplicht mee te werken aan het onderhoud van de schans en de verzorging van de afdelingsvolken. Zo nodig helpen zij bij het vervoer van de afdelingsvolken.
Art. 8.2 De werkzaamheden worden door het bestuur in overleg met de betrokkenen geregeld.
Art. 8.3 Onderhoudswerkzaamheden aan het terrein of aan de opstallen mogen slechts in overleg met het bestuur worden uitgevoerd.
Aansprakelijkheid.
Art. 9.1 Het betreden van de schans door deelnemers, introducees of publiek is geheel voor eigen risico. Het bestuur kan nimmer aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die wordt geleden als gevolg van het betreden van de schans.
Art. 9.2 Het bestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade, in welke vorm dan ook, die wordt geleden in verband met deelname aan activiteiten met betrekking tot de bijenschans en/of de plaatsing van bijenvolken.
Verzekering.
Art. 10.1 Deelnemers zijn verplicht om voor elk volk dat op de schans is geplaatst een casco- en WA-verzekering af te sluiten via de imkersbond ABTB.
Geschillen
Art. 11.1 Geschillen voortvloeiende uit dit reglement, dan wel zaken die daarin niet zijn geregeld, worden beslist door het bestuur van de afdeling Blaricum‑Laren, na de betrokkene(n) te hebben gehoord.
Wijziging
Art. 12.1 Dit reglement kan slechts worden gewijzigd op een daartoe belegde ledenvergadering met twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen.
Vastgesteld te Blaricum, d.d. ??‑02‑2012.
Het Bestuur van de Imkersbond ABTB, afdeling Blaricum




Bijenschans